Oudere generatie - therapeuten

Omdat werken met personen van de oudere generatie met een amputatie speciale vereisten met zich meebrengt, geven we u als therapeut nuttige suggesties, meer informatie en een reeks seminars.


Als fysiotherapeut of ergotherapeut helpt u uw patiënten de basis voor mobiliteit te herstellen, zodat ze hun weg terug kunnen vinden naar een actief en zelfstandig leven. Omdat training met personen met een amputatie zeer speciale vereisten met zich meebrengt, geven we u hier nuttige therapiesuggesties, meer informatie en een reeks seminars.

Seminars

Onze seminars

In onze speciale seminars voor therapeuten delen we specifieke therapeutische en prothese kennis met u die uw training met geamputeerden zo effectief mogelijk maakt.

Premium content

Premium inhoud

Heeft u al een van onze seminars bijgewoond en het registratieproces succesvol afgerond? Dan informeren wij u graag per e-mail.

Downloads

Hier vindt u meer informatie en sjablonen voor training met geamputeerden.

Therapie-aanbevelingen wanneer u werkt met mensen met een amputatie

De therapie begint idealiter al voor de amputatie, maar niet later dan direct daarna. Naast de gebruikelijke preventieve behandeling, dienen therapeutische maatregelen te worden genomen: lichte voorbereidende training direct na de operatie en voortgezette training om het spierstelsel te versterken en oefenen met het hanteren van de prothese. Het type en de intensiteit van de training verschillen afhankelijk van de genezing van de amputatiewond.

Hieronder hebben we een eerste overzicht samengesteld van hoe therapie eruit kan zien in de verschillende fasen. Dit zijn suggesties die kunnen worden aangepast en aangevuld afhankelijk van de algemene fysieke conditie van de patiënt.

De focus ligt hier op de behoeften van oudere transfemorale geamputeerden. De therapie-aanbevelingen zijn echter ook van toepassing op andere amputatieniveaus en leeftijdsgroepen.

Voor de amputatie

Voor de amputatie

Oefeningen om de spieren te versterken en contracturen te voorkomen, zijn zelfs vóór de amputatie nuttig.

Na de operatie

Na de operatie

Direct na de operatie ligt de focus van de therapie op oedeembehandeling, mobilisatie en littekenverzorging.

Na genezing van de wond

Fit naar huis

Zodra de wond voldoende is genezen, kunnen de spieren worden gestrekt en verder worden versterkt. Loopoefeningen om met de prothese te lopen zijn op dit punt ook nuttig.

Als therapeut speelt u een cruciale rol in het behandelproces. Samen met de orthopedisch adviseur helpt u de persoon met amputatie zo zelfstandig mogelijk hun leven voort te zetten en het beste uit hun individuele protheseoplossing te halen. U kunt meer te weten komen over het behandelproces na een amputatie en uw rol als therapeut hier .

U vindt hier een nuttige woordenlijst van de belangrijkste termen met betrekking tot het onderwerp amputatie.

  • Standfase

    Het moment vanaf het neerkomen van de hiel op de grond tot aan het optillen van de grote teen, binnen een looppatroon.

  • Hemipelvectomie

    Het hele been en delen van het bekken tot aan het heiligbeen worden geamputeerd. Het bekken neemt hier ook de bedieningsfunctie voor de uiteindelijke prothese op zich.

  • Torsieadapter

    Absorbeert alle rotatiekrachten die in de standfase op de prothese inwerken. Deze adapter vergemakkelijkt ook het bewegen in kleine ruimten.

  • Tijdelijke prothese

    Voordat mensen met een amputatie een definitieve prothese krijgen, moet het volume van de stomp stabiel zijn en moet de wond volledig genezen zijn. Daarna moet de stomp worden voorbereid op het dragen van een prothese. De instrumentmaker geeft de patiënt daarom in eerste instantie een proefprothese aan om de optimale pasvorm van de koker te bepalen en te onderzoeken wat de juiste protheseonderdelen zijn.

  • Heupdisarticulatie

    Bij dit type amputatie blijft het acetabulum (de heupkom) intact. De prothese wordt dan aangestuurd door de beweging van het bekken en de activiteit van de rompspieren.

  • Adapters en verbindingselementen

    Deze verbinden de verschillende protheseonderdelen met elkaar en zorgen voor meer veiligheid, mobiliteit en draagcomfort.

  • Torsieadapter

    Absorbeert alle rotatiekrachten die in de standfase op de prothese inwerken.

  • Prothesekoker

    Interface tussen het lichaam van de patiënt en de protheseonderdelen die eraan vastzitten. Dit is een zeer gevoelig element omdat het in grote mate bepalend is voor het comfort van de prothese. Daarom wordt iedere koker op maat gemaakt. De lichaamsmaten van de patiënt moeten met uiterste precisie worden opgemeten om de perfecte pasvorm te bepalen.

  • Liner

    Een sokachtige cover voor de stomp die fungeert als een soort 'tweede huid' tussen het beweeglijke zachte weefsel van de stomp en de koker. De liner beschermt de drukgevoelige delen van de stomp en verbindt, samen met een suspensiesysteem, de stomp met de prothese. De keuze van de juiste liner is essentieel om ervoor te zorgen dat de prothese perfect past en comfortabel zit.

  • Transfemorale amputatie

    Bij een transfemorale of bovenbeenamputatie wordt het dijbeen doorgezaagd.

  • Elektrische therapie

    Gebruik van elektrische impulsen op aangedane delen van het lichaam, met behulp van een klein apparaat dat op batterijen werkt. Is bedoeld om pijnsignalen te blokkeren of te verminderen.

  • Kniedisarticulatie

    Bij deze methode wordt het kniegewricht doorgezaagd en het onderbeen verwijderd. Het dijbeen blijft intact.

  • Mobiliteitsgraad

    Het activiteitenniveau van mensen met een amputatie speelt een belangrijke rol bij de keuze van de protheseonderdelen. Ottobock maakt onderscheid tussen 4 mobiliteitsgraden.

  • Mobiliteitsgraad 3

    Hoge mobiliteitsgraad: Deze gebruikers, zogeheten niet beperkte lopers buitenshuis, kunnen op bijna elke ondergrond en met verschillende snelheden lopen en ook langere afstanden afleggen. Ze zijn in staat om de meeste hindernissen te nemen en kunnen zowel werken als deelnemen aan therapeutische en andere activiteiten.

  • Modulaire prothese

    Bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder bijvoorbeeld een voet, knie, adapter en koker. Er kunnen dus combinaties op maat worden samengesteld afhankelijk van de individuele behoeften van de gebruiker. De voet of de knie is daarentegen op exoskeletale wijze met de koker verbonden. Modulaire prothesen worden tegenwoordig vaker gebruikt.

  • Spiegeltherapie

    Een aanvullende ingreep om fantoompijn te overwinnen of te verminderen.
    In eerste instantie wordt de training begeleid door een therapeut, maar uiteindelijk moet de patiënt het zelf doen. De procedure is eenvoudig: De patiënt wordt naast een spiegel geplaatst die de stomp verbergt en concentreert zich dan tijdens verschillende oefeningen op zijn of haar gezonde been. Door de weerspiegeling lijkt het alsof hij beide benen beweegt. Let op: Spiegeltherapie kan een psychische weerslag hebben op de patiënt. Zorg ervoor dat de patiënt het aankan om het geamputeerde been weer te zien.

  • Yielding

    Standfaseflexie in het kniescharnier onder belasting.

  • Cosmetische prothesen

    Cosmetische of passieve prothesen vervangen geamputeerde lichaamsdelen zonder actieve functies. Ze dragen bij aan het natuurlijke uiterlijk en het evenwicht van de gebruiker.

  • Vacuümsysteem

    Een vacuümsysteem genereert een vacuüm tussen de liner en de koker op basis van een 'actief principe' (pomp) of 'passief principe' (zuigende beweging van de stomp). Het doel is een goede suspensie van de prothese op het lichaam.

  • Amputatieniveau

    Het amputatieniveau beschrijft de plaats waar een lichaamsdeel wordt geamputeerd. Dit wordt voorafgaand aan de operatie bepaald door de chirurg.

  • Aantrekhulp

    De aantrekhulp is een trechtervormig stuk stof waardoor mensen met een transfemorale amputatie hun prothese makkelijker kunnen aantrekken. De stomp komt zo zonder al te veel moeite in de prothesekoker terecht.

  • Stuiteren

    De beperkte flexie van een kniescharnier onder belasting tegen een dempende weerstand.

  • Rotatieadapter

    Een protheseonderdeel waarmee de gebruiker het onderbeen naar een zijde kan draaien. Dit is bijvoorbeeld handig bij het aantrekken van schoenen. Een rotatieadapter wordt ingezet bij patiënten met bovenbeenamputaties en andere amputaties die hoger op het been plaatsvinden.

  • Carbon prothesevoet

    Carbon is een zeer licht en stevig, maar toch flexibel materiaal met een goede verende werking. Gebruikers die prothesevoeten hebben die grotendeels van carbon zijn gemaakt, hebben daarom het voordeel van een hoge mate van energieteruggave tijdens het lopen.

  • Compressiekous

    Compressiekousen worden gebruikt bij aandoeningen van het veneuze systeem, waarbij de beschadigde aders en dus het lymfesysteem worden ondersteund, om de opgehoopte vloeistoffen terug te voeren zodat de zwelling (bloedophoping in de aderen) wordt verminderd.

  • Transtibiale amputatie

    Bij een transtibiale of onderbeenamputatie wordt de ingreep via het scheenbeen uitgevoerd.

  • Mobiliteitsgraad 2

    Gemiddelde mobiliteitsgraad: Deze gebruikers vallen in de categorie beperkte lopers buitenshuis. Deze gebruikers kunnen op een oneffen ondergrond lopen en over lage hindernissen zoals stoepranden en traptreden stappen. Zij gebruiken hierbij hulpmiddelen, zoals looprekken of onderarmkrukken. Voor sommigen geldt dat zij binnenshuis geen hulpmiddelen nodig hebben.

  • Zwaaifase

    Beschrijft het moment waarop de voet vrij in de lucht zwaait tijdens het lopen.

  • Voetamputatie

    Er zijn meer dan 12 verschillende amputatieniveaus bekend in het gebied van de voet: van de teen tot aan een metatarsale amputatie.

  • Microprocessorgestuurde of bionische knie

    Dankzij een complex sensorsysteem detecteert een microprocessor in de knieprothese bepaalde bewegingspatronen en stuurt zo bijvoorbeeld de zwaai- of de standfase in realtime aan. Dit betekent dat de gebruiker intuïtief gebruik kan maken van de prothese en een bijna natuurlijk looppatroon kan aanhouden.

  • Uiteindelijke prothese

    Mensen met een amputatie krijgen uiteindelijk een op maat gemaakt, modulair apparaat dat rekening houdt met hun individuele behoeften en perfect is aangepast aan hun manier van leven.

  • Definitieve prothese

    Na de tijdelijke prothese krijgen mensen met een amputatie een prothese die rekening houdt met hun individuele behoeften en past bij hun manier van leven.

  • Mobiliteitsgraad 1

    Lage mobiliteitsgraad: Deze gebruikers vallen in de categorie waarbij alleen binnenshuis gelopen wordt en kunnen korte afstanden afleggen op een vlakke ondergrond, met lage snelheden. Hierbij maken zij gebruik van de juiste hulpmiddelen, zoals looprekken.

  • Dubbelzijdige of bilaterale amputatie

    Beide armen of beide benen worden geheel of gedeeltelijk geamputeerd.

  • Protheseknie

    Een kunstknie die dient als vervanging voor een echte knie. Onze verschillende protheseknieën ondersteunen de individuele behoeften op basis van de mobiliteit van de gebruiker.

  • Prothesevoet

    Een kunstvoet die zorgvuldig door de instrumentmaker wordt geselecteerd voor een veilige, comfortabele houding en een soepel looppatroon.

  • Mobiliteitsgraad 4

    Zeer hoge mobiliteitsgraad: Veeleisende wandelaars die zich op ruig terrein begeven, kunnen met hun prothese nog steeds de grootste uitdagingen aan op het gebied van sport, op het werk of tijdens hun vrijetijdsbesteding.