Prothesetraining

Prothesetraining voor mensen met een amputatie, ofwel het leren omgaan met de prothese en andere hulpmiddelen. Patiënten moeten leren hoe zij de prothese correct in het dagelijkse leven gebruiken om vertrouwen te krijgen in de prothese en in hun eigen mogelijkheden.

De focus ligt op lopen en is gebaseerd op balans, kracht en coördinatie. Vooral voor oudere patiënten met een beperkte mobiliteit brengt deze training specifieke uitdagingen met zich mee.

Aan- en uitdoen van een prothese

Het correct aan- en uitdoen van een prothese is een basisvaardigheid voor mensen met een amputatie. Het is de basis voor het lopen met een prothese en moet als eerste worden aangeleerd.

In het begin moeten familieleden misschien helpen. Daarom is het belangrijk dat zij ook worden betrokken in het revalidatieproces. Het doel is echter dat patiënten na enige oefening zelfstandig de prothese aan- en uit kunnen doen. Er zijn verschillende manieren om een prothese aan te doen, afhankelijk van het soort prothese en de eigenschappen van de stomp.

In de volgende video is te zien hoe mensen met een transtibiale amputatie hun prothese kunnen aandoen met een 'eenrichtingssluitventiel' en een kniesleeve. In de tweede video is een ander voorbeeld te zien van hoe iemand met een amputatie boven de knie met een 'pinvergrendelingssysteem' zijn prothese aandoet:


Verschillende componenten en het effect daarvan op de training van het looppatroon

De schoen
Schoenen worden vaak over het hoofd gezien, maar zijn een belangrijk onderdeel van de zorg voor mensen met een amputatie. Er moet rekening worden gehouden met een aantal basisfactoren.
Belangrijk is dat de zool van de schoen niet glad is. Alle schoenen moeten dezelfde hakhoogte hebben, alhoewel er prothesevoeten zijn waarbij de hielhoogte kan worden aangepast, zoals de Triton Smart Ankle. Neem bij vragen contact op met de instrumentmaker. De hak van de schoen mag ook niet te hard zijn, zodat de patiënt tijdens het lopen zacht vanaf de hak kan afrollen zonder controle te verliezen over de prothese.

Voet
De juiste voetkeuze hangt af van de wensen van mensen met een amputatie en de uitdagingen in hun dagelijkse leven. Sommige prothesevoeten hebben een beweegbare enkel. Andere prothesevoeten hebben dat niet, maar hebben weer materiaaleigenschappen die het lopen vergemakkelijken, speciaal bij het eerste contact, de middenstand en de eindstand.

Voet met energieteruggave
Het basiselement van de voet is de hiel die vaak wordt nagebootst door carbonvezel platen met een veersysteem. Door deze 'veer' wordt de energie die wordt opgewekt bij het eerste contact, weer teruggegeven bij het afzetten. De hielstijfheid is ook een belangrijke factor voor een veilig eerste contact in het looppatroon.

Protheseknie
In de afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in de verdere ontwikkeling van prothesen voor kniescharnieren. Voor mensen met een transfemorale amputatie is er een grote verscheidenheid aan kniescharnieren. Grofweg kan er een onderscheid worden gemaakt tussen eenassige en meerassige kniescharnieren. De behoeften van mensen met een amputatie zijn afhankelijk van hun mate van mobiliteit en hun dagelijkse activiteiten. Vanwege de verschillende behoeften van mensen met een amputatie zijn er voor het lopen belangrijke factoren die worden beïnvloed door het type prothese.

Eenassige kniescharnieren kunnen worden onderverdeeld in mechanische, pneumatische, hydraulische of door een microprocessorgestuurde kniescharnieren. Meerassige kniescharnieren worden ook polycentrische kniescharnieren genoemd. Deze kniescharnieren werken meestal alleen mechanisch, hydraulisch of pneumatisch en worden niet door een microprocessor gestuurd. Zowel de monocentrische als de polycentrische kniescharnieren hebben verschillende voor- en nadelen. Hier noemen we alleen een aantal specificaties en voordelen van de meest populaire kniescharnieren (voor meer informatie kun je je aanmelden voor een speciale seminar voor therapeuten over Ottobock Trainingen of de technische specificaties van de Ottobock-prothese bekijken).

Voordelen protheseknieën met een microprocessor (MPK) bijv. Kenevo, C-Leg, Genium:

  • Stabilisatie van de dynamische standfase
  • Ondersteuning bij het aflopen van trappen en hellingen en bij het gaan zitten
  • Controle over de zwaaifase
  • Het kniescharnier is altijd stabiel - hoge mate van veiligheid voor de gebruiker

Algemeen voordeel eenassige kniescharnieren (3R41,3R93):

  • eenvoudig te begrijpen mechanisme voor de therapeut en de patiënt om de stand- en zwaaifase in te zetten

Voordelen van de polycentrische protheseknie (3R60, 3R80, 3R106)

  • Hoge mate van veiligheid als de uitlijning van de prothese goed is
  • Beperking beenlengte tijdens zwaaifase
  • Voordeel van ruimte tussen teen en grond (toe clearance)

De koker
De prothesekoker speelt een belangrijke rol en moet verschillende taken uitvoeren. Er zijn drie belangrijke criteria waaraan een goede koker moet voldoen: Steun, stabilisatie en adhesie. Voor mensen met een amputatie is het bij het lopen van belang dat de koker kan worden belast en dat de axiale krachten gelijkmatig worden verdeeld tijdens de belastingsoverdracht. Een belangrijk punt is dat de horizontale krachten goed worden geabsorbeerd zodat de stomp in de koker niet naar achteren en naar voren kan hellen, maar stabiel en stevig is bevestigd aan de prothese. Daarnaast is het van belang dat er een stevige bevestiging is tussen de stomp en de koker tijdens de zwaaifase, zodat mensen met een amputatie niet het gevoel hebben dat zij hun prothese verliezen. Dit zorgt voor veiligheid en comfort tijdens het lopen.


Looptraining

Bij de looptraining speelt voor mensen met een transfemorale amputatie het basisfunctioneren van het kniescharnier ook een belangrijke rol. Bij mensen met een transtibiale amputatie is de voet een belangrijk onderdeel bij het lopen. Idealiter worden het trainings- en voorlichtingsprogramma dan ook op maat afgestemd op de protheseonderdelen die worden gebruikt. Het programma moet zijn gericht op het opnieuw aanleren van de dagelijkse bewegingen en op het uitleggen van de functionaliteit van de prothese aan de patiënt.

Eerst moeten patiënten in de brug met parallelle leggers leren hoe zij het lichaamsgewicht op de prothese verplaatsen en hoe zij met een gelijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht over beide benen moeten staan (zie afbeelding hierboven). Patiënten moeten niet hun hele gewicht met hun armen en gezonde been dragen, maar ook de prothese gebruiken. Zodra patiënten in de brug met parallelle leggers kunnen lopen, kunnen zij zonder ondersteuning aan de eerste oefeningen beginnen. Het eerste doel is om geleidelijk aan het gebruik van loopmiddelen, die zij in eerste instantie misschien nodig hebben, te beperken. Patiënten bereiken dit door een juiste looptechniek aan te leren, de dagelijkse activiteiten weer op te pakken en de rompspieren te versterken.

Basisaanbevelingen voor de eerste stappen in de brug met parallelle leggers:

  • Sta dichtbij de patiënt (bijv. direct achter hem)
  • Zorg ervoor dat de patiënt een rechte houding heeft
  • Ondersteun de heup indien nodig
  • Oefen handmatig druk uit om de moeilijkheidsgraad te verhogen.

Op YouTube vind je instructievideo's voor looptrainingen voor verschillende soorten protheseknieën:

Training standfase

Het grootste deel van de loopcyclus, zo'n 60%, wordt bepaald door de standfase. Voor veel prothesegebruikers is deze fase sterk verkort ten opzichte van de gezonde zijde en daarom moet tijdens de therapie de aandacht vooral uitgaan naar het trainen van de standfase. De gebruiker moet meer vertrouwen krijgen in de prothese en voldoende stabiliteit ontwikkelen in de romp en in het aangedane been.

Training zwaaifase

De eerste stappen met de prothese vergen een goede coördinatie, en zeker wanneer gebruikers hun eerste stappen zetten met een nieuwe prothese moeten zij de prothese eerst inpassen in hun motoriek. De gebruiker moet weten hoe de zwaaifase wordt aangestuurd en hoe de prothese naar voren zwaait. Daarnaast moet de gebruiker leren welke spieren moeten worden geactiveerd. Een voorbeeldoefening: de therapeut en de gebruiker staan tussen de leggers van de loopbrug. De therapeut legt een bal voor de gebruiker en die moet nu een stap met de prothese zetten en licht tegen de bal aan trappen. Bij de oefening mag de heup niet omhoog komen.

Manieren om te oefenen:

Balans, coördinatie en rompstabiliteit

Het trainen van balans, coördinatie en stabiliteit moeten verder onderdeel uitmaken van de prothesetraining. Vooral bij alledaagse situaties kunnen er zich onverwachte bewegingen voordoen, waarbij er een fysieke reactie nodig is. Deze vaardigheid kan worden verbeterd en opgebouwd met oefeningen tijdens de training.

Een voorbeeld van zo'n oefening is dat de patiënt een grote bal voor zich uit of boven het hoofd houdt. De patiënt moet de bal vasthouden, gooien en in verschillende posities stabiel houden. Geef de patiënt instructies en let erop dat hij de oefening goed uitvoert.

Zitten en opstaan met een prothese

Een goede gewichtsverdeling bij het zitten en opstaan is afhankelijk van de protheseknie. Patiënten met een transfemorale amputatie die een kniescharnier hebben met zitondersteuning, kunnen het gewicht over beide benen verdelen wanneer zij gaan zitten. Onder andere de Genium Prosedo, Kenevo, C.Leg 4, Genium en de Genium X3 hebben deze functie. Hierdoor wordt het gezonde been veel minder zwaar belast, waardoor voortijdige problemen door overbelasting worden voorkomen.

Patiënten met een transtibiale amputatie moeten om diezelfde reden ook het gewicht over beide benen verdelen bij het zitten en opstaan.

Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)

De trainingsoefeningen moeten op maat worden gekozen, op basis van de sociale achtergrond van de patiënt. De training moet realistisch zijn en gericht op het dagelijks leven.

Voorbeelden van ADL-training

  • Opstaan vanaf de grond
  • Traplopen
  • Een helling op- en aflopen
  • Omgaan met hindernissen
  • Op verschillende oppervlakken/oneffen ondergrond lopen
  • Trainen voor specifieke vrijetijds- en werkactiviteiten

De volgende afbeeldingen geven een voorbeeld van 'manieren om op te staan vanaf de grond'.

Een man en een vrouw met een prothese trainen met de Fitness for Amputees-app van Ottobock.

Ottobock Fitness for Amputees app

Verdere ideeën en meer oefeningen vindt u in de Ottobock Fitness for Amputees-app.

Klik hier en download de app gratis.

Ottobocktherapeut die een prothesegebruiker helpt.

Nieuw voor therapeuten: De Kenevo A-B-C app

Met de Kenevo A-B-C app kunnen therapeuten nu nog individueler inspelen op de behoeften van de patiënt en gebruikers perfect ondersteunen bij het toewerken naar hun therapiedoelen. Tijdens elke trainingssessie kan de fysiotherapeut het prothese gewricht aanpassen aan de feitelijke behoeften en mogelijkheden van de gebruiker.

iOS: Download de app gratis uit de App Store.
Android: Download de app gratis uit de Google Play Store.

Meer ideeën en oefeningen vind je in de Ottobock Fitness for Amputees App.

Klik hier voor de gratis app.


Prothesebeoordelingen

Hieronder zie je drie gevalideerde, gestandaardiseerde tests voor verschillende mobiliteitsgraden, die snel zonder veel materiaal kunnen worden geïmplementeerd. Hiermee bepaal je onder meer de huidige mobiliteitsgraad en de verbetering na een bepaalde periode met therapie.

6 Minuten Loop Test (6MWT)

Deze test meet de afstand die een patiënt in zes minuten tijd kan lopen op een harde, vlakke ondergrond. Het doel is om zo ver mogelijk rond de pionen te lopen, waarbij het belangrijk is dat de patiënt zich nog steeds veilig voelt. Patiënten mogen hun eigen tempo aanhouden en indien nodig hulpmiddelen gebruiken of rusten.
Doel: Het uithoudingsvermogen van de patiënt meten
Benodigdheden: Twee pionen
Aantal rondes: Eén
Startpositie: De patiënt staat op een vooraf bepaalde plek
Instructies voor de patiënt:

  • Probeer het uitgezette parcours in zes minuten zo vaak mogelijk af te leggen. Houd dezelfde loopsnelheid zolang mogelijk aan; je mag langzamer lopen of stoppen en rusten als dat nodig is
  • Ga meteen weer verder als je kunt
  • Je mag hulpmiddelen gebruiken als je die nodig hebt

Suggestie: Doe de test voor aan de patiënt
Begin meting van iedere ronde: Wanneer de patiënt klaar is, zeg je ''Start!'' en druk je de stopwatch in
Eindmeting van de ronde: Na zes minuten. Noteer de afgelegde afstand en de gebruikte hulpmiddelen


Timed Up and Go Test (TUG)

Deze test beoordeelt mobiliteit, balans, loopvermogen en het valrisico. De tijd die de patiënt nodig heeft om op te staan uit een stoel, drie meter te lopen, om te draaien, terug te lopen naar de stoel en weer te gaan zitten, wordt gemeten. Deze test wordt driemaal herhaald en de gebruiker mag indien nodig hulpmiddelen gebruiken.
Doel: De balans van de patiënt meten
Benodigdheden: Stoel met armleuning
Aantal rondes: Drie
Start positie:

  • Patiënt moet op een stoel zitten
  • Armen rusten op de armleuningen
  • Rug steunt tegen de rugleuning van de stoel
  • Hulpmiddelen zijn in de buurt (niet gebruiken voor opstaan, alleen om te lopen)

Instructies voor de patiënt:

  • Opstaan van de stoel
  • Loop tijdens de test op een snelheid die comfortabel voor je is
  • Draai om na 3 meter (na het passeren van de markering)
  • Loop terug naar de stoel
  • Ga zitten en leun met je rug tegen de rugleuning
  • Je mag hulpmiddelen gebruiken om te lopen

Suggestie: Doe de test voor aan de patiënt
Begin meting van iedere ronde: Wanneer de patiënt klaar is, zeg je ´Start!´ en druk je de stopwatch in
Eindmeting van de ronde: Als de rug van de patiënt tegen de rugleuning van de stoel leunt. Documenteer voor elke run de tijd in seconden en de gebruikte apparaten


Four Square Step Test (FSST)

De therapeut mag de test voordoen en de patiënt mag de test één keer oefenen voordat de test wordt afgenomen. De patiënt doet de test tweemaal en de beste tijd (in seconden) wordt als score genoteerd. De tijd wordt gemeten vanaf het moment dat de rechtervoet contact maakt met de vloer in het vierkant en stopt wanneer de patiënt met beide voeten weer in de startpositie staat.

De patiënt moet over vier wandelstokken stappen die als een kruis op de vloer liggen met de punten naar elkaar toe.
Aan het begin van de test staat de patiënt in het vierkant linksboven (in vierkant 1, met zijn gezicht naar vierkant 2).

De stapvolgorde is (met de klok mee):

  • Vierkant 1, vierkant 2, vierkant 3, vierkant 4, met beide voeten terug naar vierkant 1

Dan (tegen de klok in):

  • Terug naar vierkant 4, vierkant 3, vierkant 2, en met beide voeten eindigen in vierkant 1.

Doel: De mate van coördinatie van de patiënt meten
Benodigdheden: Vier wandelstokken, stopwatch
Aantal rondes: Eén proefronde, twee definitieve
Startpositie: De patiënt staat in vierkant 1, met zijn gezicht naar vierkant 2
Instructie voor de patiënt:

  • Probeer de test zo snel mogelijk te doen zonder de stokken te raken
  • In elk veld moeten beide voeten contact hebben met de vloer.
  • Probeer deze test als het mogelijk is te doen terwijl je recht vooruit kijkt
  • Je mag hulpmiddelen gebruiken als dat nodig is
  • Volgorde: 1 > 2 > 3 > 4 > 1 > 4 > 3 > 2 > 1

Suggestie: Doe de test voor aan de patiënt
Begin meting van iedere ronde: Wanneer de patiënt klaar is, zeg je ''Start!'' en druk je de stopwatch in zodra de eerste voet vierkant 2 raakt
Eindmeting van de ronde: Wanneer de tweede voet vierkant 1 weer raakt. Noteer de tijd (in seconden) en de gebruikte hulpmiddelen


Woordenlijst

Er zijn verschillende specifieke technische termen voor het aanmeten van een prothese. Hier vind je een overzicht en toelichting van de belangrijkste termen die van pas kunnen komen bij de therapeutische behandeling en in het overleg met artsen en instrumentmakers.

Meer

Voorlichting

Ter ondersteuning van je dagelijkse werk met mensen met een amputatie bieden wij seminars op maat. Bij alle seminars gaan we specifiek in op onze producten en op het gemakkelijker en effectiever trainen met mensen met een amputatie.

Meer

Downloads

Hier vind je informatiebrochures voor jezelf en je patiënten.

Meer